Voorburg GalleryExplanation of the streetnames (Dutch language) |

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
A
Noord-nieuw (1951)
Aart van der Leeuw (Hof van Delft 1876-Voorburg 1931).
Van der Leeuw was een letterkundige en behoorde tot de stroming van de
neoromantiek. Hij leefde in een droomwereld, een 'lieflijke pastorale', een
wereld die nogal schril afstak met die waarin hij gedoemd was te leven: een
nare schooltijd en een -te- beschermd leventje in het ouderlijk huis, een
weinig prettige studententijd door financiële moeilijkheden. Na het behalen van
zijn meestertitel aan de universiteit van Amsterdam in 1902 vervulde Van der
Leeuw een aantal kantoorbaantjes, onder meer als volontair bij het
gemeentearchief van Delft en bij een levensverzekeringmaatschappij. In 1903 kon
hij met zijn schaarse verdiensten huwen met zijn jeugdvriendin Antonia Johanna
Kipp, die later zijn schutsengel zou worden. Op 30-jarige leeftijd, in 1907
moest hij op medisch advies ontslag nemen en kon hij, dankzij een nagelaten
kapitaaltje van zijn kort daarop overleden schoonouders, gaan wonen aan het
Westeinde 142 te Voorburg op de eerste etage. In 1921 verhuisde hij met zijn
echtgenote, die Toos werd genoemd, naar nummer 140, waar hij tot aan zijn dood
in 1931 bleef wonen. In 1914 schreef Aart van der Leeuw 'Kinderland' waarin hij
een groot deel van zijn eigen jeugd verwerkte. In 1923 schreef hij 'De
gezegenden', een verzameling van zijn beste vertellingen. Het meest bekend is
echter 'Ik en mijn speelman' (1927), een romantisch verhaal spelend in een
fantasie rococo-Frankrijk. Één jaar voor zijn dood, in 1931, schreef hij nog
'De kleine Rudolf, een boek dat vele herdrukken heeft beleefd.
Aart van der Leeuw bracht een groot deel van zijn
schrijversleven in nagenoeg volstrekte doofheid door. In het huis aan het
huidige Westeinde 140 te Voorburg is in de gevel een gedenkplaat aangebracht.
Het noordelijke gedeelte van deze kade heette tot 1951
Bosboom-Toussaintkade en het zuidelijke gedeelte Oltmanskade.
't Loo (1960)
Abraham Douglas, afkomstig uit een aanzienlijke Schotse familie, was Eerste Raad en Directeur-generaal van Nederlands Indië. Abraham heeft in zijn leven talloze intriges moeten doorstaan, met als inzet zijn niet onaanzienlijke fortuin. Met name zijn schoondochter Sara Luijken en haar vader mr. Daniël maakten hem het leven zuur. Daarbij kwam het feit dat zijn beide zoons Abraham jr. en Jan Abel onder curatele moesten worden gesteld wegens 'verlies van het verstand'. Zoals wel meer voorkomt: Twee honden vechten om een been en een derde loopt er ras mee heen. Abraham, inmiddels hertrouwd na het overlijden van zijn eerste vrouw, met Johanna van Breugel, kocht in 1718 het huis 'Lusthof', het latere en inmiddels gesloopte 'Forumtheater' aan het begin van de Herenstraat te Voorburg Hij heeft er zelf nooit gewoond, want enkele uren nadat hij de koopakte had ondertekend, op 20 oktober 1718, overleed hij en erfde zijn weduwe Johanna het bezit en het nagelaten fortuin. Dit was dusdanig toereikend, dat zij er zelfs nog de buitenplaats 'Middenburg' bij kon kopen. Abraham heeft dus nooit één dag in Voorburg gewoond, maar werd toch geëerd met een straatnaam...
Noord-nieuw (1951)
Naar Carel Steven Adema van Scheltema (Amsterdam 1877 - Bergen N.H. 1924). Nederlands dichter die zijn bezieling vond in het socialisme. Hij streefde naar een algemeen begrijpelijke en nieuwe gemeenschapskunst. Hij schreef onder meer: 'Grondslagen eener nieuwe poëzie' (1907). In 1934 werden zijn 'Verzamelde gedichten' gepubliceerd.
West (1929)
Agrippina (16 - 59 na Chr.), echtgenote van de Romeinse keizer Claudius. Zij liet haar zoon Domitius door haar man als zoon adopteren, teneinde voor hem de rechten op de keizerstroon veilig te stellen. Vergiftigde haar man Claudius en werd zelf later op last van haar zoon Domitius - toen keizer Nero - in het jaar 59 ter dood gebracht.
Noord-nieuw (1939)
Prof. Josephus Albertus Alberdingk Thijm (1820 - 1889),
Nederlands letterkundige, prominent R.-K. schrijver van gedichten en
historische novellen. Doceerde als hoogleraar aan de Academie voor Beeldende
Kunst te Amsterdam in esthetiek en kunstgeschiedenis. Hij geldt als kenner van
Vondel en Bilderdijk.
Niet onvermeld mag blijven, alhoewel ten tijde van de
vaststelling van deze straatnaam (1939) wellicht -nog niet bedoeld: zijn zoon
Karel Joan Lodewijk Alberdingk Thijm (1864 - 1952). Deze letterkundige heeft
onder het pseudoniem 'Lodewijk van Deyssel' een zeer markante plaats ingenomen
in onze literatuur. Zijn ontwikkeling als schrijver loopt in grote lijnen van
het naturalisme, via het impressionisme en het symbolisme, naar een geheel
eigen mystiek, waarbij het Hoogste niet ligt in het bijzondere, het grote, maar
juist in het liefdevol geobsedeerde kleine en gewone. Enige van zijn werken
zijn: opstellen als 'Nieuw Holland (1884) en 'Over literatuur' (1886), voorts
een aantal romans zoals: 'Een liefde (1888), 'De kleine Republiek' (1889) en
'Het leven van Frank Rozelaar', postuum uitgegeven in 1956.
Oost (1907)
Prins Albert van Pruisen (1837 - 1906) was de zoon van prinses Marianne der Nederlanden en prins Albrecht van Pruisen. Op 19 april 1873 huwde hij in Berlijn met Marie van Saksen-Altenburg. Zijn moeder mocht vanwege een verbanningsdecreet van haar zwager, koning Frederik Willem IV van Pruisen, niet bij dit huwelijk aanwezig zijn. Albert logeerde te gelegener tijd bij zijn moeder op "Rusthof" maar nimmer op het speciaal voor hem in 1877 gekochte zomerverblijf "Klein Rusthof" aan het Oosteinde, hoek Weverslaan. Na de dood van Prinses Marianne in 1883 erfde Albert al haar bezittingen en na 1906 verkocht de familie zowel' Rusthof', 'Noordervliet', 'Klein Rusthof' alsook de boerderij aan de Achterweg (thans Parkweg) voor de som van ƒ 200.000,-. Alleen 'Leeuwesteijn' werd niet verkocht. Albert trok zich terug op het prachtige kasteel 'Camenz' in Silezië dat hij ook van zijn moeder had geërfd. Hij stierf twee jaar later in 1906.
't Loo (1960)
Eerste hervormde predikant van de Oude of Martinikerk te Voorburg na de Reformatie. Stierf op 16 september 1575 te Delft als lidmaat van de Hervormde gemeente aldaar.
Noord-nieuw (1951)
Albert Verweij (1865 - 1937), Nederlands dichter en taalgeleerde. Richtte een aantal nieuwe letterkundige tijdschriften op. Was van 1924 tot 1935 hoogleraar te Leiden. Verweij was een hoogcultureel, gevoelig en streng dichter met een grote plastische kracht, doch moeilijk te lezen. Zijn kritieken en literair historische opstellen hebben grote invloed gehad op jongere auteurs.
Noord-nieuw (1939)
Allard Pierson (1831 - 1896) was Nederlands letterkundige en achtereenvolgens predikant bij de hervormde gemeente te Leuven van 1854 tot 1857 en de Waalse kerk te Rotterdam van 1857 tot 1865. Hij maakte zich als 'modern' los van de Nederlandse Hervormde Kerk. Deed zich kennen als een voorvechter van de openbare school. Sinds 1877 was hij hoogleraar in o.a. esthetiek en kunstgeschiedenis. Zijn agnosticisme (= wijsgerige stroming die stelt dat er buiten de stoffelijke verschijnselen niets met zekerheid gekend kan worden, bij uitstek dus niets omtrent het Godsbestaan) leidde tot groeiende bewondering voor de klassieke oudheid. De in 1927 te Amsterdam opgerichte Allard Pierson Stichting (met museum) werkt in zijn geest voort.
Noord-oud (1913)
Deze straat is in 1913 vernoemd naar de Voorburgse wethouder Marius Wilhelm Lodewijk van Alphen (* 1828 's-Gravenhage), die van 1891 tot 1904 raadslid en wethouder van Voorburg was. In juli 1904 nam hij om gezondheidsredenen ontslag en verhuisde daarop naar Nijmegen.
't Loo - 1995
Mevrouw Johanna Wilhelmina Helena Vellekoop-Weijtze werd op 28 september 1916 te 's-Gravenhage geboren en overleed te Voorburg op 7 maart 1991. Zij was raadslid van Voorburg gedurende de jaren 1971-1982 en lid van provinciale staten van 1969 tot 1979. Als lid van provinciale staten ging haar hart vooral uit naar het bevorderen van de volksgezondheid. Zij was vanaf 1940 lid van de SDAP, de latere Partij van de Arbeid en had zitting in diverse gemeentelijke commissies. Haar hart lag vooral bij de volkshuisvesting en ze was dan ook jarenlang bestuurslid van de Woningbouwvereniging "De Goede Woning". Zij was -om de onvergetelijke Godfried Bomans na te zeggen- "een verrukkelijk mens". De commissaris van de koningin - aanwezig bij de crematie - zei: "het is een tikkeltje leger geworden in Voorburg". Bij de herdenking in de raad sprak burgemeester Eenhoorn de woorden: "Ik denk dat wij met z'n allen moeten zeggen: het is er ook een stuk armer door geworden in Voorburg". De naar An Vellekoop vernoemde 'hof' is gerealiseerd op de plek waar voorheen de Thomas More-m.a.v.o. stond.
Essesteijn (1972)
Straatnaam met vast achtervoegsel, evenals Kersengaarde, gelegen in de wijk Essesteijn. De appel is de vlezige pitvrucht van de appelboom. Bevat veel plantenzuren en enige vitamine C waarvan door koken of schillen echter veel verloren gaat. Ongeveer 1000 rassen zijn in cultuur. Naast eetbare appels bestaan er ook sierappels.
Noord-oud (1926)
Het grafelijke geslacht van Van Aremberge, dat van 17 april 1539 tot 5 juli 1580 de overtoom bij Voorburg bezat. Het graafschap Aremberg is gelegen in het Pruisische gebied aan de rivier de Ahr vlak bij Koblenz. Daar ligt het plaatsje Arenberg. De naam Van Aremberge wordt bij dat van het geslacht Van der Marck gevoegd doordat een vrouwelijke telg uit het geslacht Van Aremberge in 1298 huwt met een zekere Engelbert II, graaf Van der Marck. Op 17 april 1539 doet jonkheer Hendrik van Heurne het recht op de overtocht bij Voorburg over aan jonkheer Robbrecht Jonge, graaf van der Marck en van Aremberge. In de loop der tijd krijgt dit geslacht steeds meer titels totdat uiteindelijk in 1580 Margriet, door Gods genade gravin Van Aremberge, gravin van der Marck, vrij-vrouwe van Barbanson en van Sevenberge, vrouwe van Naeltwijck, van Honsholredijck en ter Cappellen en 'erffmaarschalckinne' van Hollant het recht op de overtoom overdoet aan de magistraat van Delft.
West (1939)
Vernoemd naar de 17e eeuwse buitenplaats Arentsburgh aan de Vliet. De buitenplaats 'Arentsburgh' werd in 1667 gebouwd door Cornelis van Lodensteyn, gecommitteerde in de Generaliteitsrekenkamer, op de plaats van een bouwvallige woning waarvan Jacob Arentz. in 1451 bewoner was. De omgeving van Arentsburgh kreeg vooral bekendheid door de archeologische onderzoekingen onder leiding van Prof. Reuvens en later Prof. Holwerda, van de romeinse resten van het vroegere Forum Hadriani. Vanwege de belangrijke historische vondsten staat de bodem van dit gebied vermeld op de Rijksmonumentenlijst.
Damsigt (1976)
Straat met een vast achtervoegsel.
Het in 1977 ontwikkelde 'plan Rodelaan' kreeg als eerste
in Voorburg de status van woonerfgebied. De straten kregen de namen van kleuren
en de straatnaamborden werden in de kleur uitgevoerd, die met name werd
aangegeven.
Azuur, oorspronkelijk lazuur genoemd, is een hemelsblauwe
kleur ontleend aan de lapis lazuli, een (half)edelsteen.
B
Noord-nieuw (1951)
Genoemd naar het voormalige badhuis annex openluchtzwembad, dat inmiddels plaats heeft gemaakt voor nieuwbouw. In het gebouw van het oude badhuis was tot de afbraak in 1991 het theater 'De Tobbe' gevestigd, dat met haar naam eveneens aan het oude badhuis deed herinneren. Theater 'De Tobbe' vormt thans met het overdekte zwembad, sporthal en vergadercentrum het zogenoemde 'Forum-kwadraat' in het bouwproject 'Foreburg'.
Noord-nieuw (1951)
Vernoemd naar Adrianus Johannes Baesjou van Vronesteyn, die van 1875 tot 1883 wethouder van Voorburg was. De toevoeging 'van Vronesteyn' aan de naam 'Baesjou' ontleende hij aan het feit dat hij eigenaar was van de ambachtsheerlijkheid Vronesteyn nabij Jutphaas. De door hem in 1870 aangekochte buitenplaats 'Buitenrust' doopte hij daarom om in 'Nieuw-Vronesteyn'. Baesjou was als raadslid onder meer betrokken bij de discussies in 1874 over de benoeming van een niet door Burgemeester en Wethouders voorgedragen kandidaat voor de functie van gemeentesecretaris. De kwestie werd aanleiding voor burgemeester mr. Bucaille om zijn ontslag aan de Koning aan te bieden. Later werd de kwestie overigens weer bijgelegd en het ontslag ongedaan gemaakt.
Noord-nieuw (1953)
Anthonij Balen van Andel (1801 - 1891), van beroep rijksontvanger, was wethouder van Voorburg van 1851 tot 1873, met een korte onderbreking in 1868. Hij behoorde tot de eerste gemeenteraadsleden, die werden gekozen na de inwerkingtreding van Thorbecke's nieuwe Gemeentewet van 29 juni 1851.
Noord-oud (1926)
Door het overlijden van Maria, erfvrouwe van Wassenaar, kwamen in 1546 de heerlijkheden Voorburg, Wassenaar en Katwijk in het bezit van de graven van Ligne. Jan, die behalve graaf van Ligne en Van Aremberge, ook baron van Barbançon was, huwde in 1547 met Margaretha, gravin Van der Marck en Van Aremberge. Een jaar tevoren, in januari 1546, was Jan van Ligne ridder in de vermaarde orde van het Gulden Vlies geworden. In 1568 sneuvelde Jan van Ligne bij Heiligerlee, tijdens de veldslag die op bevel van de hertog van Alva wordt gevoerd tegen de graven Adolf en Lodewijk van Nassau, broers van Willem van Oranje. Op 5 juli 1580 verkocht zijn weduwe het recht op de overtocht of overtoom bij Voorburg aan het stadsbestuur van Delft en ruim 35 jaar later, op 6 februari 1616, gingen ook de heerlijkheidsrechten over Voorburg over naar dezelfde magistraat. De 'overtocht' of 'overtoom' lag op de grens van Voorburg bij Leidschendam. Aangezien er nog geen schutsluis was in de Vliet moesten de schepen tegen betaling met een sleephelling over de dam worden getrokken. De bezitter van het recht van overtocht kon hierdoor rekenen op een rijke bron van inkomsten.
't Loo (1956)
Beatrix Wilhelmina Armgard (geb. 31-01-1938), oudste dochter van koningin Juliana en prins Bernhard. Op 10 maart 1966 gehuwd met Claus von Amsberg. Zij werd op 30 april 1980 ingehuldigd als koningin der Nederlanden.
Damsigt (1931)
Dr. Jean Alphons Marie Beguin (Eindhoven 1863 - 's-Gravenhage 1931), de vader van notaris mr. A.M.R. Beguin, oefende tot circa 1920 in Voorburg de dokterspraktijk uit. In 1873 kwam de gemeente in aanvaring met dokter Beguin omdat... hij zich verzette tegen de voorgenomen vestiging van een grofsmederij in de Herenstraat, terwijl er al twee smederijen gevestigd waren. De Raad van State wees het bezwaar echter af. Hij woonde onder meer in het huis 'Klein Gansenhoef', het huidige Oosteinde 113 te Voorburg.
Sijtwende (2000)
Naar de Italiaanse componist Vincenzo Bellini, in 1801 te Catania geboren en op 23 september 1835 in Puteaux bij Parijs overleden. Bellini produceerde zijn eerste werk al in zijn studententijd aan het Conservatorium van Napels. Zijn in 1827 in de Scala van Milaan opgevoerde opera 'Il Pirata' bracht hem internationale bekendheid. Bellini stond voor wat betreft zijn werk in de traditie van Haydn en Mozart. In 1833 woonde hij korte tijd in Londen, waar hij op voorspraak van Gioacchino Rossini een opdracht kreeg van het Théâtre Italien. Dat leverde zijn negende en -naar de mening van deskundigen- zijn beste opera op: 'I puritani di Scotia' (1835). Het succes van Bellini's opera's berust voor een belangrijk deel op het belcanto, lange melodische curven waarin melodieuze zangerigheid gepaard gaat aan pathetische declamatie.
Noord-oud/nieuw - 't Loo (1936) - Essesteijn (1970)
Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter, prins van Lippe-Biesterfeld (geb. 29-06-1911), sinds zijn huwelijk in 1937 met prinses Juliana, tevens prins der Nederlanden. Het meest westelijke gedeelte vanaf het Da Costaplein heette vroeger: Da Costalaan. Op last van de bezetters heette de laan in oorlogstijd: Constantijn Huijgenslaan. Het gemeentebestuur trok deze afgedwongen naamsverandering reeds op 7 mei 1945 weer in.
Noord-oud (1926)
Genoemd naar Willem van Beijeren, graaf en ruwaard (= landvoogd of streekbestuurder) van Holland, gestorven in 1404. Zijn naam wordt onder meer in dat jaar vermeld als hij bij testament de heerlijkheid Voorburg in leen geeft aan de heer Philips van Wassenaer, burggraaf van Leiden.
Zie ook: Van Wassenaerstaat
Noord-nieuw (1951)
Leonardus Cornelis Beijnen (1826 - 1891) was wethouder van Voorburg tussen 1869 en 1875 en van 1876 tot 1891. Stierf op 64 jarige leeftijd op 7 april 1891 te Voorburg.
Noord-nieuw (1929)
Willem Bilderdijk (1756 - 1831) was een Nederlands dichter en geleerde. Hij studeerde rechten te Leiden en vestigde zich na zijn promotie in Den Haag, waar hij van 1786 tot 1795 aan de Prinsegracht woonde. Hij is bekend als verdediger van de Rotterdamse visvrouw Kaat Mossel. Wegens zijn Oranjegezindheid week hij in 1795 uit naar Engeland. Daarna woonde hij in Leiden en Haarlem. Bilderdijk paarde een werkelijk encyclopedische kennis aan een zeer egocentrisch karakter en is voor de lezer van zijn vele werken ongenietbaar door de retoriek en gezwollen toon van zijn poëzie Op godsdienstig gebied gaf hij de aanzet tot het 'Reveil', een protestants-christelijke beweging in de eerste helft van de 19e eeuw, waarin de nadruk werd gelegd op de persoonlijke bekering.
West
De oude ridderhofstad 'De Binckhorst' aan de Trekvliet
wordt voor het eerst vermeld in 1308 gelegen aan het eeuwenoude Binckhorstpad.
Het oudste deel van het huidige gebouw stamt uit 1570. Het werd gerestaureerd
in 1935. De Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf verzorgde in dit Rijksmonument
tot voor enige jaren opleidingen voor functies in de bouwwereld. Sinds 1999 is
er een privé-kliniek in gevestigd voor cosmetische chirurgie.
De straatnaam werd voor wat het Haagse gedeelte betreft
in 1928 officieel vastgesteld, nadat het in 1917 met bestemming
'industriegebied' van Voorburg naar Den Haag was overgegaan. Het Voorburgse
gedeelte bleef, ondanks een verzoek van bewoners in 1960 de laan om te dopen in
Tacituslaan, ongewijzigd Binckhorstlaan heten.
(nog te realiseren) West - 1998
De naam 'Blekerij' kan niet anders zijn dan een verwijzing naar het huidige Hokatex, dat in feite voortkwam uit een al uit de 19e eeuw daterende blekerij en wasserij. Over de beroemde Koninklijke Ozon, later Hokatex, zijn al vele artikelen geschreven. Op 31 juli 1895 verscheen op deze locatie de Eerste Nederlandsche Electrozon Bleekerij, Stoom-, Wasch- en Strijkinrichting 'Middenburg' dank zij de inventiviteit van een zekere Anthon Marie Meissner. Deze van huis-uit elektrotechnicus leefde tot 1922. Rond 1900 had de wasserij al 100 medewerkers. In 1915 ging het de N.V. Stoomblekerij & Chemische Wasserij 'de Ozon' heten. Zij telde talrijke aanzienlijke en minder aanzienlijke klanten. De belangrijkste klant was zonder twijfel ons eigen Koninklijk Huis. In 1926 mochten ze zich dan ook met het koninklijk wapen tooien en werd de wasserij met recht en reden de 'Koninklijk Ozon' genoemd. In 1939 was er daartoe een speciale auto voor aangeschaft, die de koninklijke was ten paleize ging bezorgen. Onnodig te zeggen dat de thans gekozen straatnaam wel heel duidelijk teruggrijpt naar die bijna legendarische wasserij en blekerij die hier mede dankzij het water van de Vliet een bloeiend bestaan heeft gekend. In 1963 viel echter het doek en verdween de 'koninklijke Ozon' voorgoed.
West (1904)
Naar een voor het eerst in 1703 genoemde buitenplaats van die naam. In deze buitenplaats, later gevoegd bij het bezit van de buitenplaats 'Middenburg', vonden na 1888 de eerste bijeenkomsten plaats van een afscheidingsgroepering van de Nederlandse Hervormde Kerk. Deze groep, onder de leiding van Dr. Abraham Kuijper, 'Doleerenden' genoemd, stonden een reformatie van de Hervormde Kerk voor en een terugkeer naar de kerkordening van 1618 (Synode van Dordrecht). De groei van deze groepering, die zich in Voorburg verenigde tot de 'Vrienden der Waarheid' voltrok zich in snel tempo. De Gereformeerde Gemeente betrok reeds in 1889 een eigen kerkruimte in een nog steeds bestaand gebouwtje aan de Voorhofstraat, pal tegen de Utrechtse Baan.
Oost (1922)
Dr. Cornelis Frans Jacobus Blooker (Amsterdam 1856 - Voorburg 1912) was een baanbrekend figuur op het terrein van de sociale geneeskunde. Nadat hij zijn praktijk als huisarts had neergelegd, was hij in zijn woonplaats Amsterdam geruime tijd wethouder. Tot lid van de Tweede Kamer gekozen, vestigde hij zich in 1906 te Voorburg in villa 'Sonneheerdt' aan het Westeinde. Dr. Blooker nam het initiatief voor de bouw van 12 volkswoningen aan de Oranjelust, waarvan Woningbouwvereniging 'Huiselijk Geluk' de beheerder werd.
Noord-nieuw (1951)
Anna Louise Geertruida Bosboom-Toussaint (1812 - 1886) was in de 19e eeuw de voornaamste schrijfster van vooral historische romans. 'Truitje', geboren te Alkmaar, huwde in 1851 met de kunstschilder Johannes Bosboom, bekend schilder van kerkinterieurs en -exterieurs. (Vervaardigde onder andere een fraai schilderij van het exterieur van de Oude Kerk van Voorburg, dat zich thans in museum Swaensteijn bevindt.) De bekendste werken van haar zijn: 'Het Huis Lauernesse' (1840), 'De Delftsche Wonderdokter' (1870), 'Majoor Frans' (1874), vertaald in het Frans, Duits, Engels, Russisch en Zweeds. Op haar graf aan de Algemene Begraafplaats te Den Haag staat een gedenkteken, geschonken door vrouwen. Aan haar woonhuis op de Toussaintkade 11a te 's-Gravenhage is sinds 1917 een plaquette bevestigd en in Alkmaar staat van haar een borstbeeld.
Noord-nieuw (1951)
P.C. Boutens, letterkundige (1870 - 1953) debuteerde in 1898 met een bundel verzen die nog duidelijk onder de invloed van Herman Gorter stond. Behoorde in zijn literaire werk tot de zogeheten Tachtigers. Zijn poëzie werd vooral bepaald door de Griekse wijsgeer Plato (4e eeuw v. Chr.). Was sterk gegrepen door de gedachte aan Schoonheid en vond de dood geen verschrikking aangezien die de poort tot de eeuwige Schoonheid in het hiernamaals is. Schreef gedichten als 'Liefdes uur' en 'Goede Dood'. Voorts lyriek in bundels als 'Praeludiën' (1902), 'Carmina' (1912) en 'Tusschenspelen (1942). Schreef verder 'Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe' (1909) en vertaalde Aeschylus, Homerus, Plato en Goethe.
't Loo (1960)
Brinno was stamhoofd der Kaninefaten, een volksstam verwant aan de Batavieren. De betekenis van het woord Kaninefaten (of zoals het tegenwoordig wel wordt geschreven: Kananefaten) is niet zoals vaak wordt aangenomen 'konijnenvangers', maar 'duinland-bewoners'. Brinno was een van de toonaangevende figuren bij de opstand tegen de Romeinen in 69-70 na Chr. en liet alle hier in de omgeving gelegen castella van de Romeinen verwoesten. Voor deze heldendaad werd hij naar oud gebruik door zijn soldaten op het schild geheven en tot aanvoerder verkozen.
Sijtwende (2000)
Oude benaming voor veenland of moeras. Vandaar ook de dwars door Voorburg lopende Broeksloot. Toen men in later eeuwen de betekenis van broek als moeras niet meer verstond, vatte men het op als een gewone broek. Een sprekend voorbeeld daarvan is het wapen van de gemeente Abbenbroek in Zuid-Holland. Daar beeldde met de broek van de abt af in het gemeentewapen.
't Loo (1960)
De titel 'Van Benthuysen' hadden in de 15e eeuw telgen uit het geslacht van de ridders Cruesinck. Die naam wordt in onze contreien rond 1438 gevonden in de persoon van Mr. Jacob Cruesinck, secretaris en meester van de Rekenkamer van Holland. Zijn zoon ridder Cornelis Cruesinck, was behalve heer van de hoge ambachtsheerlijkheid van Benthuijzen tevens houtvester van Holland. Hij was gehuwd met vrouwe Hillegont van Alckemade en van Benthuizen. Zij woonden rond 1493 aan de Broeksloot. Dit adellijke echtpaar stichtte rond 1480 een kapel in het klooster der Jacobijnen oftewel Dominicanen aan het Lange Voorhout te 's-Gravenhage. In die kapel van de huidige Kloosterkerk werd hij in 1520 bijgezet.
Noord-nieuw (1940)
De naam is, evenals in 's-Gravenhage, ontleend aan de nabijgelegen Broeksloot, een zeer oude watering in het zuidelijke deel van de in de 15e eeuw bedijkte Veenpolder. In het Voorburgse deel loopt de kade van die naam slechts langs een deel van de Broeksloot, te weten van de Allard Piersonkade tot aan de Van Horvettestraat. Tot in de twintiger jaren van deze eeuw werd de Broeksloot gebruikt voor het vervoer van tuinbouwgewassen naar het gebouw van de groenteveiling aan de Vliet, naast de Hofpleinspoor-baan.
't Loo (1951)
Deze laan is vernoemd naar vader Christoffel Willem en zoon Pieter Hendrik Bruijnings Ingenhoes. De kostschool was gevestigd in het gebouw "In de Werelt is veel Gevaer" aan het eind van de Schoolstraat bij de Vliet en werd geleid door Christoffel Willem Bruijnings Ingenhoes. Zijn zoon Pieter Hendrik volgde hem in 1877 op en heeft de school als directeur geleid tot in 1909 het deftige en dure instituut werd opgeheven. Pieter was bovendien raadslid van Voorburg van 28 januari 1901 tot 6 september 1913. Hij woonde aan de Voorhofstraat 28. Vader Christoffel woonde tot zijn overlijden in 1896 in het huis aan de Herenstraat 104, hoek Schoolstraat, waar voorheen de Nutsspaarbank een filiaal had.
Noord-nieuw (1951)
Mr. Johannes Nicolaas Anthon Bucaille (1840 - 1900) was burgemeester van Voorburg van oktober 1873 tot juli 1883 en was daarna tot 1893 burgemeester van Groningen. Hij werd op 14 februari 1840 te Semarang geboren en overleed op 60-jarige leeftijd op 18 maart 1900 te Dieren. Burgemeester Bucaille wilde reeds kort na zijn ambtsaanvaarding zijn ontslag aanbieden in verband met de benoemingskwestie van een nieuwe gemeentesecretaris. Maar liefst 129 ingezetenen betuigden hun adhesie bij de Commissaris des Konings om de burgemeester zijn ontslag niet te verlenen. Gevolg was dat de burgemeester op zijn besluit terug kwam en nog tot 1883 aanbleef. Hij werd door Prinses Marianne aangesteld tot bouwinspecteur over haar bezittingen te Voorburg, van welke taak hij werd ontheven toen Prinses Marianne op 29 mei 1883 op haar buitengoed Reinhartshausen in Duitsland overleed.
Oost (1926)
De buitenplaats 'Buitenrust' aan de Vliet werd in 1870 omgedoopt in 'Huize Nieuw-Vronesteijn'. Op de buitenplaats hebben een aantal belangrijke Voorburgse ingezetenen gewoond, waarvan vermeldenswaard zijn de namen van Johannes Cool, van beroep een Schiedamse 'brander van alcohol' (overleden in 1870). Na hem, maar toen heette het buiten 'Nieuw-Vronesteyn', was het eigendom van onder meer raadslid en wethouder Bucaille van Vronesteyn en voor en tijdens de eerste wereldoorlog van Johannes Hubertus de Kuyper, die evenals Cool uit Schiedam kwam en 'brander van alcohol' was. In 1930 werd het buiten afgebroken en maakte plaats voor een villawijkje.
Zie ook: Bucaillestraat en Park Vronesteijn
Oost (1926)
Zie Buitenrustplein
West (1928)
'Den Burgh' wijst op restanten van een Romeinse nederzetting die in 85 na Chr. zijn gesticht in het westen van Voorburg, nabij de buitenplaats 'Arentsburgh'. Deze plek is eeuwenlang in de volksmond de 'Oude Burg' of de 'Hoogenburg' genoemd. In het 'Memoriboec van Voirburch' is op een aantal plaatsen reeds in de vijftiende en zestiende eeuw sprake van memoriën ten laste van 'die burch'. Over het Burchpad, dat van de Geestbrug via het bos van 'Arentsburgh' en de Hooge Weide naar de Oude Tol liep, is een roemrucht proces gevoerd. Na ruim 100 jaar werd dit proces in 1866 afgesloten met de uitspraak dat het Burchpad geen openbare weg was.
Noord-nieuw (1951)
Conrad Busken Huet (1826 - 1886), Nederlands letterkundige en predikant, wijdde zich sinds 1862 geheel aan de journalistiek. Was van 1862-1865 redacteur van 'De Gids'. Van 1868 tot 1876 verbleef hij als journalist in Nederlands-Indië. Hij stond bekend als een voortreffelijk letterkundig criticus en was als zodanig de auteur van de belangrijke 'Litterarische Fantasiën en Kritieken' (25 delen) en 'Persoonlijke herinneringen aan Potgieter' (1877).
C
Noord-oud (1985)
De titel 'Ter Cappellen' is verbonden aan de vele titels die de ambachtheren en de bezitters van het recht van 'overtocht' in Voorburg bezaten. De titel 'Vrouwe Ter Cappellen' komt onder meer in 1580 toe aan Margriet, door God genade Gravin van Aremberge, geboren gravin Van der Marck, Vrijvrouwe van Barbanson en van Sevenbergen, Vrouwe van Naeltwijck, van Honsholredijk en Ter Cappellen en Erfmaarschalkin van Holland. In dit geval wordt met 'Ter Cappellen' bedoeld Capelle aan den IJssel, waarvan Margiet van 1550 tot 1599 de ambachtsvrouwe was.
Noord-Nieuw (2000)
Jonkheer Carel Willem Stern was vanaf 1917 tot 1939 burgemeester van Voorburg. Jhr. Stern was geboren in 1874 en overleed in 1950. Voordat hij tot burgemeester van Voorburg werd benoemd was hij burgemeester van achtereenvolgens te Woerden en Den Bommel en secretaris van Westervoort, respectievelijk secretarieambtenaar van Amsterdam. Tijdens zijn burgemeesterschap zijn vergaande plannen van de gemeente 's-Gravenhage tot annexatie van de gemeente Voorburg en Rijswijk "verijdeld". Hij stond voorts voor de uitbreiding van de onderwijsvoorzieningen, onder meer door de stichting van een lyceum. Andere lokale belangen werden behartigd door de instelling van een eigen Voorburgs grondbedrijf. Op 30 oktober 1937 kon het gerestaureerde gemeentehuis in gebruik worden genomen. Op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, op 27 december 1939, nam de raad afscheid van burgemeester Stern. Hij werd opgevolgd door de bijna legendarische 'oorlogsburgemeester' dr. Johan Alexander Nederbragt.
Noord-nieuw (1956)
Zie ook: Carel Vosmaerstraat
Noord-nieuw (1939)
Carel Vosmaer (1826 - 1888), Nederlands letterkundige. Van 1866 tot 1873 substituut-griffier bij de Hoge Raad. Lid van het Haags letterkundig genootschap 'Oefening kweekt kennis'. In 1860 redactielid van het weekblad 'De Nederlandsche Spectator'. Schrijver van de romans 'Amazone' (1880) en 'Inwijding' (1888), vertaler van Odyssee en Ilias van Homerus.
't Loo (1960)
Professor doctor Rommert Casimir (Kollumerland 1877 - Voorburg 1957), Nederlands pedagoog en de grondlegger van het schooltype 'Lyceum'. Professor Casimir was een groot kinderen mensenvriend, een buitengewoon boeiend verteller en velen zijn hem dank verschuldigd voor zijn hulp bij opvoedingsproblemen. Rommert Casimir, die zijn onderwijzersexamen in 1896 afsloot met zes tienen, heeft nauw samengewerkt met een andere pedagoog van naam: Jan Ligthart. Hij wordt de 'vader van het lyceum' genoemd. In 1909 stichtte hij in 's-Gravenhage een onderwijsinrichting van dit type, dat de naam 'Het Nederlandsch Lyceum' kreeg. Hij begon omstreeks 1910 met diverse schoolse en buitenschoolse activiteiten zoals schoolclubs, schoolreisjes en ouderavonden. Vanaf 1943 woonde hij aan de Groen van Prinstererlaan 35, alwaar hij op 13 maart 1957 overleed.
Sijtwende (2000)
Naar Annie Caroline Pontifex Fernhout-Toorop. Zij werd op 24 maart 1891 te Katwijk aan Zee geboren en overleed op 6 november 1955 te Bergen (N.H.). Charley of Charlie Toorop, zoals zij in de wandeling werd genoemd, was schilderes en lithografe en een dochter van de bekende Jan Toorop. Na een mislukt huwelijk met de drankzuchtige Henk Fernhout stond Charley Toorop er met drie kinderen in 1917 alleen voor. Zij moest toen haar onbedwingbare lust tot schilderen combineren met het ouderschap. In vele gevallen liet zij dan haar kunstenaar-zijn prevaleren. Onnodig te zeggen dat zij zich als vrouw -in die tijd- dan nog eens extra moest bewijzen. Zij schilderde tot haar dood veel zelfportretten. Een hoogtepunt daarvan was het grote werk 'Drie Generaties', waarin zij zichzelf afbeeldde met haar zoon Edgar Fernhout en haar vader Jan Toorop. Zij schilderde dit werk gedurende de jaren 1941 tot 1950. De voltooiing van dit in het museum Boijmans-Van Beuningen in Rotterdam hangende schilderij duurde extra lang omdat haar zoon -eveneens schilder- Edgar Fernhout aanvankelijk bleef weigeren voor haar te poseren. Charley Toorop was een zeer sociaal bewogen mens. In 1922 schilderde zij -min of meer in navolging van Vincent van Gogh- in de Belgische mijnstreek de Borinage. Uit haar portretten van mijnwerkersvrouwen, Zeeuwse boeren en geesteszieken blijkt een diep gevoel van medemenselijkheid. In 1932 verhuisde zij naar een voor haar gebouwde atelierwoning in Bergen (N.H.), waar zij in 1955 ook overleed.
Sijtwende (2000)
Vernoemd naar Charlotte Dorothéé Baronesse van Pallandt, geboren te Arnhem op 24 september 1898 en overleden te Noordwijk op 30 juli 1997. Zij was op vele artistieke terreinen begaafd: tekenen, schilderen en pianospelen hadden van jongsaf aan haar voorkeur. Evenals bij Charlie Toorop begon haar doorbraak na een mislukt huwelijk met Adolph Limpurg, graaf van Rechteren (1919-1923). Zij nam les bij André Lhote (1926-1927) en bij Charies Malfray in Parijs. Na jaren in Parijs te hebben gewerkt, vooral als beeldhouwer, vertrok zij in 1939, in verband met de oorlog weer naar Nederland. Hier ontmoette ze de Belgische beeldhouwers Toon Dupuis en Albert Termote. Zij heeft met onder meer de technische adviezen van Albert Termote vele robuuste en monumentale beeldhouwwerken gecreëerd. Eenmaal in Nederland teruggekeerd kreeg zij het moeilijk in de kunstenaarswereld toegang te krijgen, omdat zij voornamelijk een Franse niet-Nederlandse opleiding had genoten. Zij is onder meer bekend van een beeld van Koningin Juliana in 1953, waarover zij echter zelf niet tevreden was en later van Koningin Wilhelmina in 1968. Zij kon tot haar spijt zelf niet bij de onthulling aanwezig zijn, omdat. zij vlak voor de afronding van het kappen van een ladder afviel. Koningin Juliana was echter erg in haar schik met het beeld waarvan zij opmerkte: 'Het is precies mijn moeder'. Charlotte van Pallandt overleed op 98-jarige leeftijd. Zij werd nationaal en internationaal hogelijk geprezen en gewaardeerd en dat niet in de laatste plaats omdat ook zij haar kunst trouw was gebleven in een tijd dat dit voor een vrouw bepaald niet vanzelfsprekend was.
Sijtwende (2000)
Naar de Italiaanse componist Domenico Cimarosa, op 17 december 1749 in Avers, bij Napels, geboren en op 11 januari 1801 in Venetid overleden. Hij was aanvankelijk kapelmeester van de Italiaanse opera te St.Petersburg en dirigent van de opera van Wenen, waar hij in 1792 zijn bekendste opera schreef: 'het Geheime Huwelijk' oftewel 'Il matrimonio segreto'. In 1798 keerde hij naar Napels terug en raakte verwikkeld in de opstandige beweging aldaar en werd ter dood veroordeeld. Hij kreeg echter door invloedrijke voorspraak gratie en werd verbannen naar Venetid, waar hij op 51-jarige leeftijd overleed. Cimarosa heeft om en nabij de 80 werken op zijn naam staan, varidrend van opera's, tot klavecimbelmuziek en van orkestmuziek tot kerkelijke werken. Van zijn oeuvre is niet veel meer bekend, behalve dan de hiervoor genoemde blijspelopera 'Het Geheime Huwelijk'.
West (1923)
De Romeinse keizer Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus leefde van 10 v. Chr. tot 54 na Chr. Werd voor zijn keizerschap voor simpel gehouden, of hij hield zich zo om zijn leven te redden. Wijdde zich aan de wetenschap; liet zich als keizer door zijn vrouwen: Messalina -berucht om haar zedeloos leven en nadat zij was vermoord, door Agrippina beheersen. Door toedoen van zijn vrouw Agrippina werd hun zoon Brittannicus verstoten en een zoon uit haar eerste huwelijk: Nero, tot troonopvolger aangewezen. Daarna liet Agrippina Claudius uit de weg ruimen. Onder zijn bewind vestigden de Romeinen zich in onze streken en werd in Voorburg een nederzetting gesticht dat later de naam 'Forum Hadriani' kreeg.
Zie ook: Corbulokade
West (1987)
Genoemd naar de Romeinse veldheer Cnaeus Domitius Corbulo die in 47 na Christus de naar hem genoemde 'Fossa Corbulonis' liet graven. Dat wil zeggen: hij liet op de plaats waar thans -ongeveer- de Vliet loopt een aantal wateren kanaliseren om de mondingen van de Maas en de Rijn met elkaar te verbinden. Een herinnering aan het verblijf van Corbulo, de Romeinen en de Corbulogracht was voorheen te vinden op een verloren gegane wandschildering in de raadzaal die enkele jaren geleden gesloopt werd. Het had als ondertiteling een citaat van Tacitus: "Qua incerta oceani vitarentur" of "om beschermd te worden tegen de gevaren van de zee" Ter nagedachtenis aan deze beroemde Romeinse veldheer is nabij het winkelcentrum 'de Julianabaan' een door Albert Termote vervaardigd ruiterstandbeeld geplaatst. Daarmee is Corbulo de enige overheerser van Nederland die een standbeeld gekregen heeft.
Noord-nieuw (1989)
Zie ook: Corbulokade
Sijtwende (2000)
Cornelis Hermanus Voorhoeve werd op 24 maart 1917 te Voorburg geboren. Van beroep was hij beplantingsadviseur en tuinarchitect. De voorliefde van de heer Voorhoeve voor de buitenplaatsen kwam voort uit zijn vroegere beroep, dat van tuinarchitect. Na de oorlog ging hij zich verdiepen in de schitterende tuinen van de vroegere buitenplaatsen, maar dat liep al snel uit op een niet meer loslatende geboeidheid voor de bewoners van die land- en buitenhuizen. Hij was dan ook de kenner bij uitstek van de rijke Voorburgse historie. Zijn veelzijdige belangstelling bracht hem diverse functies, zoals voorzitter van de Stichting Mooi Voorburg, voorzitter van de Stichting Behoud Dorpsgezicht, voorzitter van de Jeugd Natuurwacht, vice-voorzitter van het Anjercomité en directeur van de landelijke stichting Natuur en Jeugd. De heer Voorhoeve -voor velen meer bekend als "Kees Boom"- heeft de pen driftig gehanteerd. Hij schreef 'Verhalen achter de Straatnaam' in de plaatselijke krant en publiceerde onder meer diverse boekjes met oude ansichten. Zijn wel heel bijzondere aandacht ging uit naar de enige Prinses die ooit in Voorburg haar domicilie had: Prinses Marianne. Hij was altijd paraat -en dat zeker tijdens zijn raadslidmaatschap- als er door onbegrip of minachting een monument dreigde te worden aangetast. Toch was hij ook realist, getuige het opschrift op de in 1994 door de Stichting Mooi Voorburg bij de Oude kerk geplaatste dorpspomp: "Treur niet om hetgeen geweest is, doch zet u in om het overgeblevene te behouden". Cornelis Hermanus Voorhoeve Sr., ridder in de orde van Oranje-Nassau en drager van het Verzetsherdenkingskruis, overleed op bijna 76-jarige leeftijd op 13 maart 1993.
Centrum (1934)
Het Da Costaplein, voorheen een gedeelte van de Laan van Rustenburg, is vernoemd naar Isaäc da Costa (1798 - 1860), Nederlands dichter uit een orthodox geslacht van Portugese joden. In 1818 promoveerde hij in de rechten, in 1821 in de letteren; zijn gehele leven wijdde hij aan de studie der letteren en godgeleerdheid. Onder invloed van o.a. Bilderdijk ging hij in 1822 over tot het Christendom en werd een van de voormannen van het 'Reveil'.
Zie ook: Bilderdijkplein
Noord-nieuw (1956)
Zie ook: Cremerstraat
Noord-nieuw (1939)
Jacobus Jan Cremer (1827 - 1880) was een Nederlands schrijver. Hij werd opgeleid tot landschapsschilder, maar wijdde zich naderhand uitsluitend aan de letteren. Bekend bleven vooral zijn novellen, die half in het Nederlands, half in een Betuws dialect het plattelandsleven romantiseren. Enkele werken van zijn hand zijn: 'Betuwsche novellen', 'Overbetuwsche novellen' en 'Anna Rooze'. Zie ook 'Cremerweg' in Den Haag.
D
Damsigt (1926)
Het voormalige buitengoed 'Damsigt' aan het Oosteinde te Voorburg heeft -zoals vele andere buitengoederenallerlei bestemmingen en gedaanten gehad. In het jaar 1602 werd het nog omschreven als 'een bouwhuis met 7 morgen aan landerijen'. In 1682 wordt het 'bouwhuis' afgebroken en verrijst er een fraaie hofstede met stal, koetshuizen en speelhuis. Vanaf 1706 tot het begin der 19e eeuw was het buitengoed in bezit van de familie Van Schuylenburg, met dien verstande dat de eerste Van Schuylenburg, mr. Willen Hendrik, in 1719 een geheel nieuwe buitenplaats liet bouwen met elf kamers, een eetzaal, twee keukens, een kelder en een wijnkelder. In de eerste helft van de 19e eeuw resteerde er van het uitgestrekte buiten nog slechts een tuinderij. De prachtige theekoepel, die door Van Schuylenburg bij zijn bezit was gevoegd, werd in 1843 aan de pastoor van de kerk van Veur geschonken en deed tot 1968 dienst als aula op het St.Agathakerkhof te Veur. De onderdelen ervan zijn nog steeds bewaard met de bedoeling de koepel nog eens op een geschikte plaats in Voorburg te herbouwen. Op de plek waar eens 'Damsigt' stond, staat sinds de zeventiger jaren een groot gebouw, in de volksmond 'Damsigtflat' genoemd, dat in gebruik is genomen door Fina Nederland B.V.
't Loo (1960)
David Kleman (1725 - 1780) was vanaf 16 april 1758 tot 20 september 1776 predikant van de Hervormde Gemeente te Voorburg. Hij woonde in Voorburg in het pastoriegebouw op de plek waar thans huize 'Rustoord', aan de Raadhuisstraat, is gesitueerd. Liet in 1774 een boek verschijnen onder de titel "De orde des heils". Deze uitgave bezorgde dominee Kleman veel narigheid, vanwege de te grote vrijzinnigheid waarvan dit boek naar althans naar de mening van sommigen getuigde. In 1776 vroeg hij om gezondheidsredenen ontslag en kreeg die met behoud van traktement Hij werd in de Oude Kerk te Voorburg begraven. Op zijn grafzerk staat te lezen: "Een geest vol kundighêen, een vijand van vooroordeel. Die nu met hemelsch licht, Gods wegen, na zijn lust, Bevrijd van dwaling, kent. 't Is Kleman, die hier rust".
Noord-nieuw (1951)
De in 1806 te Tiel geboren emerituspredikant, Peter Marinus Deerns, was raadslid in Voorburg van 1863 tot 1868, waarvan wethouder vanaf 1865. Vertrok na zijn wethouderschap in 1868 naar 's-Gravenhage.
't Loo (1960)
Naar het hoogheemraadschap Delfland in de provincie Zuid-Holland. Als stichtingsjaar van dit hoogheemraadschap wordt genoemd het jaar 1289 als graaf Floris V vanuit zijn jachthuis 'Vogelsanck' bij Noordwijkerhout een oorkonde -laatschrijven "aan onze welgeminde heemraeden van Delflant ende die naemaels wesen sullen" waarin deze het recht en de plicht kregen te keuren en te schouwen oftewel te controleren. In feite kregen de hoogheemraden hiermee een pakket aan taken en macht toegeworpen: wetgeving, rechtsvordering, rechtspraak en wat we tegenwoordig noemen: de politietaak op het gebied van de waterstaat. Delfland maakt met Rijnland en Schieland de drie belangrijkste hoogheemraadschappen van de provincie uit en houdt zich nog steeds zeer intensief met waterhuishouding en -zuivering bezig. Op waterstaatkundig terrein maakt de gemeente Voorburg deel uit van Delfland.
Oost (1924)
Dr. Hendrik van Deventer (16 maart 1651 te 's-Gravenhage geboren en 12 december 1724 in Voorburg gestorven). Hendrik van Deventer behoorde vanaf 1678 tot de volgelingen van Jean de Labadie, naar hem de Labadisten genoemd. Deze van de Hervormde Kerk afgescheiden gemeente, ook wel de sekte van "de sprekende broeders" genoemd, onthield zich van opsmuk met gouden en zilveren sieraden en stond een onbeperkte gemeenschap van goederen voor. Hendrik was een zeer succesvol geneesheer, maar kwam tot de ontdekking dat, zolang hij Labadist bleef, het door hem met zijn werk vergaarde fortuin, niet in eigen zak vloeide, maar in dat van de gemeenschap der Labadisten. In 1692 verliet hij het centrum der Labadisten te Wiewerd. In 1694 promoveerde hij aan de Hoge School te Groningen en keerde naar zijn geboorteplaats 's-Gravenhage terug, (Amsterdamsche Veerkade 20), waar hij een artsenpraktijk wilde vestigen. Daar werd hij echter geweigerd vanwege het feit dat hij in onvoldoende mate het Latijn machtig was. Hij vestigde zich daarop in Voorburg en woonde aanvankelijk in huize 'De Poort' tegenover de Oude Kerk. Hij kocht in 1705 de buitenplaats 'Sionslust'. Hij heeft grote verdiensten vooral op medisch gebied, schreef belangrijke verhandelingen over verloskunde en was een vooraanstaand bestrijder van de toen zeer verspreide rachitis ofwel Engelse ziekte. In 'Sionslust' had Van Deventer zelfs een eigen leerlooierij voor het vervaardigen van orthopedische toestellen en een eigen drukkerij voor de verspreiding van de medische geschriften.
Oost (1925)
Zie Van Deventerlaan
't Loo (1960)
Dirk of ook wel Theodoricus de Vorburg, wiens naam in 1198 in een grafelijke oorkonde wordt vermeld, was een grafelijke leenman van adellijken bloede. Hij wordt beschouwd als de eerste, althans oudst bekende, ambachtsheer van Voorburg.
Essesteijn (1972)
Straat met vast achtervoegsel.
De distel is behalve de doorgaans paarse bloem op stekelige stam, in de heraldiek tevens het symbool van Schotland.
Sijtwende (2000)
De dobbe is een term voor een kuil of groeve, dan wel een veenpoel. Deze term is -zoals die van onder meer 'horst', zegge' en 'wedde'- afkomstig uit het jargon van het polder- en waterland.
Sijtwende (2000)
Dobbe is een oude benaming voor veenpoel, ook wel voor kuil of groeve. Zegge, ook wel 'bent' genoemd is de benaming voor de lichte begroeiing van licht houtgewas, zoals wilgen, elzen en berken, alsook voor diverse grassoorten waar de boeren niet erg op gesteld waren.
Sijtwende (2000)
Naar de Italiaanse componist Gaetano Domenico Maria Donizetti, op 29 november 1797 geboren te Bergamo en op 8 april 1848 in zijn geboortedorp Bergamo overleden. Heeft niet minder dan 74 opera's geschreven, waaronder de bekendste 'De Liefdesdrank' uit 1832 en 'Lucia di Lammermoor uit 1835. Deze laatste opera leverde hem een functie op aan het Napolitaanse conservatorium. Zijn belangrijkste rivaal daarbij was Vincenzo Bellini. Donizetti maakte veel concertreizen. Een geestesziekte maakte hem het werken aan het eind van zijn leven onmogelijk. Donizetti had een voorliefde voor lugubere taferelen, felle hartstochten en tragedies. Een typisch vertegenwoordiger van de Italiaanse romantiek dus. Hij werd bijna 51 jaar.
't Loo (1960)
Dominee Gerardus Martinus Dormael, afkomstig van Oude en Nieuwe Niedorp (Noord-Holland), was van 1603 tot 1608, predikant van de hervormde gemeente aan de Herenstraat. Hij vertrok in 1608 naar Krommenie. Hij komt als tweede voor op het predikantenbord in de Oude Kerk.
Noord-nieuw
Noord-nieuw (1951)
Eduard Douwes Dekker (1820-1887), uit Friese ouders geboren, vertrok reeds op 18-jarige leeftijd naar Nederlands-Indië. Leerde zijn echtgenote in Batavia kennen. Werd benoemd tot assistent-resident van Lebak. Hij protesteerde heftig tegen bestaande maatschappelijke mistoestanden en uitbuiting van de inlanders. Zijn 'Max Havelaar', dat hij onder het pseudoniem 'Multatuli' (= 'veel heb ik geleden') getuigt daarvan in alle toonaarden. Zijn opstandig idealistische aard maakte hem tot een man van uitersten. Leefde met zijn familie in bittere armoede, maar wist toch van de opbrengst van zijn pennenvrucht: 'Wys my de plaats waar ik gezaaid heb' (1861), een bedrag van ƒ 1.300,- af te staan voor de slachtoffers van een banjir (overstroming), zijnde één tiende van de gehele Nederlandse opbrengst. Naast 'Max Havelaar' mag niet onvermeld blijven 'Woutertje Pieterse' een roman en zijn bekendste toneelstuk 'Vorstenschool'.
Damsigt (1926)
De ridderhofstede 'Duivesteijn' of 'klein Duvenvoirde' was reeds in de 14e eeuw gelegen aan het Oosteinde en was eigendom van de ridders van Duvenvoirde en behoorde tot het bezit van het thans nog bestaande kasteel 'Duivenvoorde' te Voorschoten. Toen in de 17e eeuw de ridderhofstede werd afgebroken, verrezen de boerderijen 'West-' en 'Oost-Duyvesteijn'. De voormalige boerderij 'West-Duijvesteijn' aan de Veurselaan werd een aantal jaren geleden geheel met de grond gelijk gemaakt en volgens het oude grondplan als complex van wooneenheden heropgericht. De voormalige boerderij 'Oost-Duyvesteijn', eveneens aan de Veurselaan, is thans als verenigingsgebouw in gebruik bij hockeyclub 'Cartouche'.
Noord-oud (1926)
Het geslacht Van Duvenvoirde of Van Duivenvoorde komt eeuwenlang in de Voorburgse historie voor. De oudste zoon was steeds eigenaar van het thans nog bestaande kasteel Duivenvoorde onder Voorschoten. Gevolg was dat de broers of zusters woonplaatsen elders moesten zoeken. Wij vinden dan ook leden van het geslacht Van Duvenvoirde onder meer in het kasteel 'De Werve' en de ridderhofstede 'Duivestein' alsmede de daarbij behorende boerenhofsteden 'West-Duyvesteijn' en 'Oost-Duyvesteijn'. Een tweetal Van Duvenvoirdes verdienen extra vermelding. Dirk van Duvenvoirde (gehuwd met Dieuwer Ruygrok, dochter van Willem, heer van de Werve) was met zijn broer Arent van Duvenvoirde, betrokken bij de moord op Jonkvrouwe Aleid van Poelgeest op 22 september 1393. Deze moord hield verband met de vanaf 1345 heersende Hoekse en Kabeljauwse twisten. Hertog Albrecht van Beijeren, wiens geliefde Aleid het slachtoffer werd van deze moordaanslag, liet verschillende erbij betrokken edelen een kopje kleiner maken, maar verleende de beide broers in 1394 vergeving. Dat betekende overigens wel dat zij een tegenprestatie moesten leveren. Dirk moest onder andere met twee gewapende mannen optrekken tegen Arkel.
E
Oost (1924)
De buitenplaats 'Eemwijk' aan het Oosteinde was oorspronkelijk een boerenhofstede. In de 17e eeuw was het buitengoed eigendom van Willem de Nobelaer en Wilhelmina Snouckaert. Na 1721 werd een zekere Jannetje Parve, vrouwe van Eemnes-Buiten en Eemnes-Binnen, (aan het riviertje de Eem te Utrecht) de eigenares en liet in plaats van de boerderij een herenboerderij bouwen, die zij toen de naam 'Eemwijk' meegaf. Rond 1918 werd ook deze herenboerderij weer afgebroken om plaats te maken voor de villa zoals wij die thans nog kennen. De toenmalige eigenaar Cornelis Blad liet de beroemde Delftse glazenier Jan Schouten (1852-1937) maar liefst 118 gebrandschilderde ramen in de villa vervaardigen. De twee laatste bewoners/eigenaren waren de bekende Rotterdamse scheepsbouwer Bart Wilton en ten leste de Italiaanse wasmachinegigant E. Zanussi. Vanaf 1970 is het gebouw als kantoor in handen van de Besturenraad van het Protestants Christelijk Onderwijs in Nederland.
Oost (1924)
Zie Eemwijkplein
Oost (1924)
Genoemd naar de oude -niet meer bestaande boerderij 'De Eenhoorn', later omgedoopt in 'Zuyderloo'. De 'Eenhoorn' maakte met de oude boerderijen 'Westerloo' en 'Oosterloo' deel uit de van de 'Groote Loo' (Zie Loolaan). De boerderij stond ter hoogte van de huidige Loolaan. De eenhoorn is een nog veel in heraldische wapens voorkomend fabeldier. Het wordt afgebeeld als een wit paard met een hoorn voor op het hoofd en gespleten hoeven. Deze figuur is het beeld van de maagdelijkheid, dapperheid en strijdlust, omdat oud volksgeloof wil dat het eertijds in grote vijandschap geleefd zou hebben met de leeuw
West (1928)
Genoemd naar het in 1888 opgerichte christelijke instituut voor dove kinderen 'Effatha'. De naam 'Effatha' (= word geopend) is ontleend aan het bekende verhaal in Marcus 7, 34 waarin Christus een doofstomme man geneest. Instituut 'Effatha' is vanaf 1926, na begonnen te zijn in Dordrecht, gevestigd geweest in de oude buitenhuizen 'Arentsburgh' en 'Hoekenburg' tussen de Effathalaan en de Vliet. Sinds augustus 2000 is het Christelijk Instituut voor Doven verhuisd naar Zoetermeer. In de leeggekomen gebouwen worden wooneenheden gerealiseerd.
Noord-oud (1924)
De familie en titelnaam Van Egmonde wordt op 22 mei 1429 vermeld in een oorkonde betreffende de zogenoemde 'overtocht' of 'overtoom' op de grens tussen Voorburg en Leidschendam. In dit document ontvangt Jonkvrouwe Willem van der Wateringe Jansdochter van Egmonde en Willem van Naeltwijck dit recht voor hen of voor de wettelijke nakomelingen van Willem van Egmonde.
Zie ook: Van Barbansonstraat
Centrum (1927)
Genoemd naar de hofstede 'Eijnddorp' ten noorden van het Oosteinde, voorheen Heereweg genoemd en de scheidingswatering. Het buiten werd in het laatst van de 17e eeuw gesticht en is halverwege de 19e eeuw afgebroken.
Noord-nieuw (1953)
Naar Elias Annes Borger (1784 - 1820). Borger was een Nederlands letterkundige en predikant. Hoogleraar in de theologie en letteren te Leiden (1815) en befaamd kanselredenaar. Hij is onder meer bekend door zijn 'Ode aan den Rijn' (1820).
Damsigt (1925)
De zogenoemde 'Elsberg', een heuvel van waarschijnlijk Romeinse oorsprong en met elzenbomen beplant, was gelegen bij het Oosteinde tussen de 14e eeuwse ridderhofstede 'Duijvesteijn' en de landscheiding. In de voor-reformatorische tijd trok men in de jaarlijkse processie vanuit de Oude Kerk rond deze heuvel en keerde van daaruit weer naar de dorpskerk terug. Toen men in het midden van de 17e eeuw deze heuvel afgroef, vond men onder meer Romeinse munten met de beeldenaars van de keizer Trajanus en Antonius Pius.
Essesteijn (1972)
Straat met een vast achtervoegsel.
De els is een boom die veel langs het water wordt aangeplant. De knoppen zijn tijdens het voorjaar en in de winter prachtig blauw van kleur. Het witte hout verkleurt na velling tot roodbruin. De bloemen bloeien in katjes en de vruchten zijn de zgn. 'elzenproppen, de bladeren hebben een veelal gezaagde vorm. Het hout wordt gebruikt voor het maken van kisten, triplex, snijwerk, speelgoed, lijsten, borstels en klompen.
Damsigt (1976)
Straat met een vast achtervoegsel.
Het in 1977 ontwikkelde 'plan Rodelaan' kreeg als eerste in Voorburg de status van woonerfgebied. De straten kregen de namen van kleuren en de straatnaamborden werden in de kleur uitgevoerd, die werd aangegeven. Emerald is een bepaalde grasgroene kleur, zoals van de smaragdedelsteen.
Oost (1921)
Prinses Adelheid Emma Wilhelmina Theresia von Waldeck-Pyrmont (1858-1934), sinds 1879 tweede echtgenote van Willem III, koning der Nederlanden. Moeder van de latere koningin Wilhelmina. Koningin-regentes over haar minderjarige dochter van 1890-1898.
Damsigt (1926)
De landen waarop bijna twee en halve eeuw later de
buitenplaats 'Essesteyn' werd aangelegd behoorden in 1400 toe aan Dirc
Reynerss, schout van Voorburg en eigenaar van het kasteel 'De Loo'. In 1438
waren de daarop staande huizen afgebroken en kwam de eigendom aan de familie
Potter van der Loo. Pas na 1635 is er sprake van een buitenhuis, gesticht door
Willem Ketting de Jonge, Tresorier en Raad van de Domeinen van de Prins van
Oranje. Het prachtige inrijhek dat toegang gaf tot de grote oprijlaan lag aan
het Oosteinde recht tegenover 'Eemwijk'. De buitenplaats zelf was gelegen aan
de Parkweg ter hoogte van de Buitenruststraat. In 1760 liet de weduwe van
Gerard Cornelis van Riebeek, Charlotte Beatrix Strick van Linschoten van
Riebeek een nieuwe boerderij bouwen, die zij eveneens de naam 'Essesteyn' gaf.
Deze boerderij bestaat nog steeds als de stadskinderboerderij aan de huidige
Ultramarijnhof. De initialen van de stichtster zijn naast het jaartal 1760
afgebeeld in de nok van het dak: CvLvR.
In 1871 werd de buitenplaats geheel afgebroken en bleef
slechts de witte boerderij over, (direct achter het toegangshek aan het
Oosteinde) alsmede de oranjerie aan de Laan van Leeuwensteijn. In 1924 werd de
overgebleven witte boerderij (eveneens 'Essesteyn' geheten) afgebroken. De
oranjerie verdween in de twintiger jaren bij de bouw van de huizen aan de Laan
van Leeuwesteijn. Het statige smeedijzeren toegangshek verhuisde via een omweg
uiteindelijk in 1959 naar de Leidsestraatweg in het Haagse Bos en werd
toegangshek tot Huis ten Bosch. Buiten dit fraaie hek is thans de boerderij
'Essesteijn' -aan wat thans heet de Ultramarijnhof de enig tastbare herinnering
aan een omvangrijk Voorburgs buitengoed.
Noord-nieuw (1951)
De notulen van de openbare gemeenteraadsvergadering maakt op 7 februari 1884 melding van het feit dat 'Ingevolge het overlijden van den Heer A.J. Baesjou van Vronesteijn' wordt overgegaan tot de verkiezing van een nieuwe wethouder. De heer T.J.M. van Everdingen vergaart vier stemmen op zijn naam. De twee overige stemmen worden gelijkelijk verdeeld over nog twee raadsleden. Daarmee is de heer Van Everdingen, die reeds een aantal jaren raadslid was verkozen tot wethouder. Hij blijft dit zes jaar lang tot 1890.
't Loo (1960)
Ewoudt van der Dussen (1574 - 1653) was sedert 1612 burgemeester van de stad Delft. Doordat Maria de Melun, in opdracht van haar echtgenoot Lamoraal prins van Ligne, op 26 september 1615 voor een bedrag van ƒ 19.400,- de ambachtsheerlijkheid Voorburg aan de burgemeesters van Delft had verkocht, was Ewoudt van der Dussen sedert die tijd niet alleen burgemeester van Delft, maar tevens ambachtsheer van Voorburg geworden. Saillante bijzonderheid is overigens dat aan die Delftse voogdij over Voorburg in 1828 een einde kwam en Voorburg baas in eigen huis werd voor een bedrag van. ƒ 7.500,-. Toch was dit bedrag in 1828 voor het gemeentebestuur moeilijk op tafel te krijgen. De zeer vermogende en hulpvaardige Jhr. mr. Hendrik Johan Caan, eigenaar en bewoner van 'Arentsburgh', kwam het gemeentebestuur daarbij te hulp en schoot het bedrag voor tegen een jaarlijkse rente van 5 %. Zo verkreeg Voorburg na 213 jaar zijn onafhankelijkheid als zelfstandige gemeente.
F
Noord-oud (1926)
In de lijst van leensovergangen en overdrachten van de ambachtsheerlijkheid van Voorburg komt ook de titel 'Van Faukenberge' voor. In 1546 lezen wij dat Joncheer Philips van Ligne de rechten op de ambachtsheerlijkheid erft van zijn moeder 'Vrou Marie, Vrouwe van Wassenaere, huijsvrouw van Jacob, Grave van Ligne, Van Faukenberge enz., Ridder van de ordere van den Gulden Vliesen, Raedt ende Camerling'.
Noord-oud (1926)
Noord-nieuw (1983)
Jonkheer meester Antoine Feith (1916 - 1982) was van 1
januari 1959 tot en met 30 april 1976 burgemeester van Voorburg. Tijdens zijn
ambtsperiode werden veel bouwactiviteiten in de gemeente ondernomen, zoals
nieuwbouwprojecten in 't Loo, het winkelcentrum de 'Julianabaan', de aanleg van
de 'Utrechtse Baan' en de restauratie van historische objecten zoals de Oude
Kerk en huize Swaensteijn. Hij was een belangrijk promotor van de sport. Er
werden twee sporthallen, een overdekt zwembad en diverse sportvelden aangelegd.
Was vanaf het overlijden in 1959 van Karel Lotsy, de oprichter van de
Nederlandse Sport Federatie, voorzitter van deze organisatie en bleef dat tot
1977. Werd later omwille van zijn bijzondere verdiensten op sportgebied
onderscheiden met het Erelidmaatschap van de Nederlandse Sportfederatie. Was
tevens voorzitter van de Stichting Nederlandse Sporttotalisator. Daarnaast was
hij officier in de Orde van Oranje-Nassau en ereridder van de Johanniter Orde.
Trad in 1976 om gezondheidsredenen af als burgemeester van Voorburg en overleed
op zijn 66-ste verjaardag op 20 september 1982 te 's-Gravenhage.
Het plein bij het inmiddels afgebroken en door nieuwbouw
vervangen sportcentrum "De Vliegermolen" werd, om hem postuum te eren
vanwege zijn inzet voor de sport, van Raadhuisplein omgedoopt in Burgemeester
Feithplein.
West (1929)
Flavius Josephus (37 - ca 100). Joods geschiedschrijver. Schreef een historie over het Joodse volk, zijn oorlogen en oudheden. Haalde zijn kennis dikwijls uit de bijbel, doch is onze voornaamste bron wat betreft de geschiedenis van het Joodse volk van 450 tot 167 voor Christus. Flavius stond sedert het jaar 67 aan Romeinse zijde na een mislukte interventie in de Galilese opstand.
Noord-oud (1926)
Naar Floris V (1256 - 1296), graaf van Holland, bijgenaamd 'der Keerlen God'. Raakte in strijd met de Engelse koning en verbond zich met Frankrijk. Ontevreden edellieden: Geraert van Velzen, Herman van Woerden, Gijsbrecht van Aemstel, namen hem op een jachtpartij gevangen en wilden hem naar Engeland voeren; het te hoop gelopen volk verijdelde dit; hij werd nadien door de edelen vermoord. Als graaf van Holland gaf hij rond 1300 gronden in Voorburg te leen aan leden van het adellijke geslacht Van Wassenaer, die tot 1616 de heerlijke rechten zouden blijven behouden.
West (1955)
Aan het eind van de 17e eeuw kocht een zekere Rogier van Cleeff een rond 1600 gebouwd huis, dichtbij de Oude Tolbrug aan het Westeinde. Rogier, die fontein-werker was van beroep, verfraaide zijn huis tot een buiten en gaf het in overeenstemming met zijn beroep de naam: 'Fonteynenburg'. Het vak van fonteinwerker was, mede door toedoen van de Oranjevorsten, erg in zwang. Zij lieten immers graag hun tuinen verfraaien met spuitende fonteinen en -doorgaans klassieke- tuinbeelden. Rogier van Cleeff was blijkbaar een meester in zijn vak, want hij bracht het tot 'fonteijnier op 't Loo'. En in dit geval is bedoeld het befaamde lustoord van koning-stadhouder Prins Willem III in Apeldoorn.
't Loo (1960)
De naam van Frans Cobel komt een aantal malen voor in het 'Memoriboec van Voirburch'. Omstreeks 1525 vermaakt Frans Cobel, heer van 'De Loo', tot zijn memorie (nagedachtenis) 'jairlix de kerck van Voirburch 1 pont' 'De Loo' blijft nog enige decennia in het bezit van de familie Cobel. De familie was kennelijk zeer verknocht aan hun bezit want rond 1557 treffen wij een Dirck Cobel aan, die zijn familienaam heeft uitgebreid met dat van zijn bezit en zich Cobel van der Loo gaat noemen.
Centrum (1885)
De Franse Kerk werd in augustus 1726 ingewijd. Het kerkje werd gesticht om de Franse refugiés (vluchtelingen), die vanwege hun godsdienstige overtuiging tussen 1680 en 1700 uit Frankrijk naar Nederland waren uitgeweken, een Godshuis te bieden. Daarenboven is de kerk, met zo'n 200 zitplaatsen, ook ruim twee eeuwen het bedehuis voor een bepaalde elite geweest, omdat er èn in het Frans werd gepreekt èn omdat de dienstdoende 'pasteurs' vaak van een bijzondere welsprekendheid getuigden. Tot die elite behoorden leden uit vooraanstaande Voorburgse families, zoals Van Halewijn, maar ook de jonge elite van de Voorburgse kostscholen hadden er hun eigen aangewezen plaats. In 1926 werd het gebouwtje verhuurd aan de Vereniging van Vrijzinnig Godsdienstigen. Het aantal gemeenteleden van de Franse kerk liep danig terug, zodat in 1947 de weinige overgebleven gemeenteleden zich gingen samenvoegen met de Waalse gemeente te 's-Gravenhage. Uiteindelijk werd in 1949 het monument verkocht aan de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt voor een bedrag van f 53.000,- en verdween de 'Eglise Française' voorgoed uit de Voorburgse samenleving. Het gebouw zelf is tot op de dag van vandaag als bedehuis in gebruik, al wordt er niet meer in het Frans gepreekt
Noord-nieuw (1991)
Franciscus Gomarus Mortelmans (Rotterdam 1889 - Voorburg 1964), woonde vanaf 1937 met zijn echtgenote te Voorburg op Park Leeuwensteijn 15. Was directeur van een drukkerij. Frans Mortelmans was een vermogend man en heeft met dit vermogen veel, vooral culturele doelen, gesteund. Na de Tweede Wereldoorlog steunde hij onder meer een Joodse jongen financieel bij zijn studie. In 1963 heeft hij een deel van zijn vermogen in een Stichting met zijn naam ondergebracht. Uit de fondsen van deze stichting is in 1985 aan de Oude Kerk te Voorburg het thans regelmatig spelende en 38 klokken tellende carillon geschonken. Bovendien is uit de fondsen van de Frans Mortelmansstichting een bijdrage geleverd aan de vernieuwde aanleg van de tuinen van 'Hofwijck'.
Noord-oud (1924)
Gerrit Franss, (overleden in 1611) was blijkens de lijst van leensovergangen en overdrachten de jongste burgemeester van de stad Delft toen in 1580 de rechten voor de zogenoemde overtocht bij Voorburg in 1580 overgingen naar de stad Delft. Het recht op de overtocht of overtoom was een niet onbelangrijke bron van inkomsten voor de bezitters ervan. De schepen in de Vliet werden door middel van lieren over land versleept naar een respectievelijk hoger of lager gelegen gedeelte water bij gebreke van schutsluizen, zoals die thans in Leidschendam functioneren.
Noord-nieuw (1939)
Frederik van Eeden (1860-1932), Nederlands dichter, schrijver van sterk beeldend proza en toneelstukken. Was medeoprichter van de 'Nieuwe Gids', een literair tijdschrift van de zogenoemde Tachtigers (ca. 1880 - ca. 1894). Studeerde medicijnen en stichtte te Bussum op coöperatieve basis de kolonie 'Walden', welke mislukte. Ging in 1921 tot het Rooms-katholieke geloof over. Tot zijn bekendste werken behoren: 'De Kleine Johannes' (1887), waarin de op elkaar volgende levensfasen telkens gesymboliseerd worden in een sprookjesfiguur en de roman 'Van de koele meren des doods' (1900).
G
Noord-oud (1926)
De titel 'Van Gaesbeke' is een van de titels die wij terugvinden bij de vele namen en toenamen van de rechthebbenden op de ambachtsheerlijkheid en de zogenoemde overtocht van Voorburg. Het recht op de overtocht van Voorburg komt op 13 januari 1527 in handen van Joncheer Henrick van Heurne en heer van Gaesbeke, door het overlijden van zijn moeder Barbara van Montfoort, Vrouwe van Gaesbeke.
't Loo (1960)
Gardulf of Gardolf was omstreeks 880 een Frankische graaf in Friesland. Hij bezat o.a. Urk. Hij wordt in het jaar 885 genoemd als gezant van de Noorse hertog Godfried aan het hof van keizer Karel de Dikke. Was betrokken bij de vorming van het graafschap Holland.
't Loo (1960)
De zeer vermogende Seneca Ingersen, (1714 - 1786), Deen van geboorte, was bewindhebber van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Woonde vele jaren in Den Haag onder andere in de buurt van de Kneuterdijk en aan het eind van de Zeestraat bij het Scheveningse Bos. Kocht in 1758 een uit 1231 daterend slot "Gelting" in het toen nog Deense Sleeswijk-Holstein. Een jaar later, in 1759, verleende de Deense koning Frederik V hem de titel 'baron von Geltingen'. In 1770 liet baron van Geltingen het middelste gedeelte van het slot afbreken en in Hollandse stijl opnieuw optrekken. Alhoewel Seneca Ingersen, Baron van Geltingen, nooit iets met Voorburg van doen heeft gehad, heeft hij één dag voor zijn overlijden in zijn laatste wilsbeschikking aangegeven dat hij in Voorburg of in Rijswijk begraven wenste te worden. Na een aantal strubbelingen is zijn stoffelijk overschot uiteindelijk in de Oude Kerk bijgezet in de mooiste grafkelder met afmetingen van maar liefst 2 m. bij 2 m. en 1,69 m. en geheel bezet met schitterende wit geglazuurde tegeltjes. De grafkelder is na de meest recente restauratie niet meer toegankelijk, maar boven de gebeeldhouwde binnendeuren is een groot epitaaf of grafmonument van de Baron te bezichtigen, en tegen één der zijmuren een bronzen plaat die in vroeger jaren zijn kist dekte.
Noord-nieuw (1951)
Petrus Augustus de Genestet (1829-1861), was predikant bij de Remonstrants-Gereformeerde gemeente en dichter. Vooral bekend door zijn 'Leekedichtjes' en zijn bundel 'Laatste der Eerste'. De 'Leekedichtjes' geven een heldere voorstelling van de strijd van de Modernen in de Nederlandse Hervormde Kerk. De Genestet was sinds 1852 predikant te Delft, maar moest in 1859 om persoonlijke redenen -na het verliezen van vrouw en kind zijn ambt neerleggen en vestigde zich te Amsterdam. Hij overleed in Rozendaal (Gld.).
Noord-oud (1933)
Vernoemd naar jonkheer meester Willem Arnoud Alting Lamoraal von Geusau (1805-1868), die van 1850 tot 1855 burgemeester van Voorburg was. Burgemeester von Geusau werd bij zijn aanstelling niet alleen benoemd tot burgemeester van Voorburg, maar tevens nog tot schout van de Ambacht Voorburg en de binnen de gemeente gelegen Veen- en Binckhorstpolder. Pas bij de nieuwe Gemeentewet van Thorbecke werd in 1851 het ambt van schout afgeschaft. Von Geusau wist de jaarlijkse kermis in Voorburg te handhaven ondanks dat men van hogerhand vond dat de kermisvieringen "met uitspatting en zedeloosheid" gepaard ging. Von Geusau bleef ook na zijn aftreden als burgemeester gewoon raadslid in Voorburg. Von Geusau werd geboren op 3 december 1805 te Maastricht en stierf op 13 november 1868, bijna 63 jaar oud.
Noord-oud (1935)
Johan Jacob Antony Goeverneur (1809 - 1889), Nederlands letterkundige. Vooral bekend als kinderdichter. Hij schreef onder het pseudoniem 'Jan de Rijmer'. Hij verwierf de meeste bekendheid met zijn bewerking van de 'Reizen en avonturen van Mijnheer Prikkebeen'
Oost (1951)
Een lommerrijk laantje, dat haaks ligt op de Broeksloot, naast het Boerenbos. Aan dit laantje zijn geen huisnummers te vinden. Overigens zijn het Groenelaantje èn het nog te realiseren Bellinistraatje, de enige straatjes die met een verkleinwoordje worden aangeduid binnen oude grenzen van Voorburg.
Oost (1907)
Mr. Guillaume Groen van Prinsterer (1801 - 1876),
antirevolutionair staatsman en historicus. Studeerde letteren en rechten te
Leiden. Werd in 1833, tezamen met zijn vader dr. Petrus Jacobus Groen van
Prinsterer (1765 - 1837), staatsraad in buitengewone dienst van de Raad van
State. Was vele jaren belast met het toezicht op het Koninklijk Huisarchief, in
welke functie hij belangrijk werk op historisch gebied verrichtte. Was van 1849
- 1865 lid van de Tweede Kamer. Hier was hij de leider van de kleine antirevolutionaire
groep, van welke richting hij de grondlegger was. 'Groen', zoals hij kortweg
werd genoemd, was een belangrijke figuur van het Reveil en tegenstander van het
liberalisme van Thorbecke. Mr. Guillaume Groen van Prinsterer werd geboren op
de buitenplaats 'Vreugd en Rust' aan het Oosteinde te Voorburg, waar hij met
zijn ouders vooral in de zomermaanden verbleef. In 1828 huwde hij te Groningen
Elisabeth Maria Magdalena van der Hoop, dochter van de burgemeester van die
stad. Als in 1837 zijn vader, dr. Petrus Jacobus Groen van Prinsterer
overlijdt, erft zijn oudste zuster Cornelia 'Vreugd en Rust'. Zelf erft hij het
ouderlijke patriciërshuis aan de Korte Vijverberg (nu nummer 3) te
's-Gravenhage. In 1849 koopt hij 'Hofwijck', het oude buiten van Huygens, dat
op dat moment in sterk verwaarloosde toestand verkeert en verhuurt dit aan de
kanselredenaar prof. ds. J.J. van Oosterzee, de schoonvader van de
bibliothecaris van Prinses Marianne. Hij werd begraven te 's-Gravenhage aan de
Scheveningseweg op de begraafplaats 'Ter Navolging'.
De Groen van Prinstererlaan werd eerst Groen van
Prinstererstraat genoemd en is in 1910 aangelegd op het zogenaamde bos van
Prinses Marianne. Op verzoek van de bewoners werd in 1914 'straat' veranderd in
'laan'
Noord-nieuw (1951)
Guido Gezelle (1830-1899), Vlaams dichter en priester. Liet een zeer omvangrijk oeuvre na. Was voor alles een begenadigd natuurdichter. Is van grote invloed geweest op de Vlaamse en Nederlandse poëzie. Bovendien lag zijn optreden aan de basis van de Vlaamse culturele heropleving aan het eind van de 19e eeuw.
't Loo (1960)
Van Gijsbrecht Bokel of zoals begin 13e eeuwse geschriften hem noemen: 'Ghisebrecht Bokel' is slechts weinig bekend. Het enige wat met zekerheid kan worden vermeld is dat een zekere Claes van Voirburch (een nazaat van Dirc van Voirburch, de eerste ambachtsheer van Voorburg) in het jaar 1348 vermeld staat als echtgenoot van Genefa, dochter van de aanzienlijke -Rotterdamse- edelman Gijsbrecht Bokel. Ook is bekend dat de woning van dit echtpaar was gelegen 'westwairt an die priesteraedse', dus ten westen van de pastorie. Rond deze woning en de kerk ontwikkelde zich uiteindelijk de dorpskern, die nu het oude centrum van Voorburg uitmaakt.
H
Centrum (1945)
Het buiten 'Haagvliet', eens met 'Hoonvliet' een prachtige buitenplaats, was gelegen aan het huidige Westeinde ter hoogte van de voormalige watertoren, pal naast het buitengoed 'Middenburg'. Het buiten heette van 1637 tot 1718 'Bethlehem'. In 1718 gaf de toenmalige eigenaar Philip Germain het buiten de naam 'Haagvliet'. Het buiten werd in 1795 uitgebreid met de buitenplaats 'Tussenburg'. De laatste eigenares was Jacoba Catharina Petronella du Tour die in 1793 huwde met Lodewijk baron van Heeckeren. Baron van Heeckeren, die opperjagermeester was van koning Lodewijk Napoleon (1806-1810), gaf het buiten in gebruik aan deze koning en diens echtgenote koningin Hortense Eugenie de Beauharnais. Zij verbleef hier korte tijd om te herstellen van een ernstige zenuwinzinking als gevolg van het vroegtijdig overlijden van haar zoon. Koning Lodewijk Napoleon moest in 1810 op last van de keizerlijke broer weer terug naar Frankrijk, omdat hij zich teveel inzette voor het wel en wee van zijn -Nederlandse onderdanen en daarbij de belangen van het Franse keizerrijk uit het oog verloor. Baron van Heeckeren was geen opperjagermeester meer en verkocht in 1812 het gehele buiten. In 1816 werd het huis afgebroken en de grond bij de buitenplaats 'Middenburg' gevoegd.
Damsigt (1925)
De buitenplaats 'Haasburg' annex boerderij is ontstaan uit het oude bezit 'Nijenburg' of 'Nienburg', gelegen ten zuidwesten van de boerderij 'West-Duijvesteijn' tegenover de vroegere buitenplaats 'Leeuwesteyn' aan het Oosteinde. In 1621 is de hofstede in het bezit van Jonker Johan van Egmond van der Nijenburch. Zo'n 150 jaar later komt het bezit via vererving in handen van een zekere mr. Gerard Haasebroek, burgemeester van Zutphen. Hij doopte het buitengoed om in 'Haasburg'. Het bezit omvatte toen nog een herenhuis, een boerenhuis, bargen en schuren en ongeveer 41 morgen wei-, teel- en hooiland, alsmede de 'vogelkooy', waar-mee de eendenkooi werd aangeduid. Het vermelde herenhuis werd in 1806 door de toenmalige eigenaar afgebroken. De overgebleven opstallen, waaronder de boerderij 'Haasburg', vallen wegens vergaande bouwvalligheid, na aankoop door het gemeentebestuur, in 1972 onder de slopershamer.
West (1929)
Naar Publius Aelius Hadrianus (76 - 138), Romeins keizer van 117 tot 138. Bereisde het gehele Romeinse rijk om overal orde op zaken te stellen en het bestuur te regelen. In onze lage landen wordt hij rond de jaren 120 of 121 gesignaleerd. Hadrianus is de bouwer van de beroemde 'Engelenburcht' te Rome. Volgens de heersende opvattingen zou zijn naam verbonden zijn aan de Romeinse nederzetting die reeds in de eerste eeuw na Christus in Voorburg werd gesticht. Naar aanleiding van zijn inspectiereis werd de Romeinse stad 'Forum Hadriani' gedoopt.
Zie ook: Arentsburghlaan
Noord-oud (1926)
De familie die zich in rechte Van Halewijn mocht noemen is afkomstig uit Vlaanderen waar op 20 februari 1595 ene François van Halewijn door koning Philips II tot ridder werd geslagen. Zijn zoon eveneens François geheten kocht op 13 november 1641 het kasteel 'De Werve'. Aan deze François van Halewijn dankt de Oude Kerk van Voorburg een prachtige van zijn familiewapen voorziene koperen lezenaar. De lezenaar is nog steeds eigendom van de kerk en bevindt zich aan de kansel. In diezelfde Oude Kerk stond eertijds een schitterend van rijk houtsnijwerk voorziene familiebank. De volledige beschrijving van die bank is in de archieven van de Oude Kerk terug te vinden doch de bank zelf is in de tijd van de Franse revolutie op mysterieuze wijze verdwenen. In de Oude Kerk zijn nog meer tastbare herinneringen aan de Van Halewijns terug te vinden. Een tweetal, volledig ongeschonden en rijk geornamenteerde, grafzerken is bewaard gebleven. Door een gelukkig toeval waren de beide grafzerken in de Franse tijd met cement geëgaliseerd zodat onverlaten niet op de gedachte kwamen om de familiewapens, zoals dat met de andere grafzerken wel het geval was, te verminken.
Noord-oud (1934)
Zie Van Halewijnlaan
Noord-nieuw (1951)
Mr. Johannes Philippus Hartz was schout van Voorburg (1804 - 1811) tijdens de Franse overheersing. Ten tijde van de bestuurlijke hervormingen na de totstandkoming van het koninkrijk der Nederlanden kwam Hartz nog even terug - in 1817- en wel wederom als schout. Hij moest echter in datzelfde jaar nog zijn functie om gezondheidsredenen neerleggen.
West (1897)
Bij de Oude Tolbrug in het Westeinde te Voorburg lag in de 15e eeuw een buitenplaats 'De Overoude Tol' genaamd, waar het geslacht Van Tedingerbroek woonde. In 1727 wordt het buitengoed bij een wisseling van eigenaar omgedoopt in: 'Oranjeburch'. Ruim 10 jaar later verandert het buiten weer van eigenaar en krijgt het de naam: 'Doeslust'. Tot weer 13 jaar later een zekere mr. Hendrik van Hees, heer van de Tempel, Berkel en Rodenrijs de eigenaar wordt en het goed voor de laatste maal wordt omgedoopt en wel in: 'Heeswijk' Deze naam bleef het buiten houden tot in 1958 de slopershamer een einde maakte -aan wat men toen noemde de villa 'Heeswijk'. Toch is er van dit buiten nog wel iets overgebleven. De wit marmeren fontein, die de laatste gefortuneerde eigenaar van 'Heeswijk': Lucas Everhard Hekmeyer na 1883 liet maken, heeft nu een plaats in Park de Werve. Maar het ten geschenke aangeboden mausoleum en de roodmarmeren urn, waarin zich zijn as bevond, weigerde de gemeenteraad van Voorburg in 1922. Crematie was in die tijd immers nog geen algemeen aanvaard maatschappelijk fenomeen. Het prachtige monument kreeg uiteindelijk een plaats op de Haagse begraafplaats 'Oud Eik en Duinen' in wat toen nog Loosduinen heette.
Centrum (1911)
Het als een buitenplaats omschreven 'Heldenburg' dateerde uit de beginjaren van de 17e eeuw en was 'belent ten zuiden de Leytweg gelegen achter de Kerk'. In 1691 werd het buiten met een boerderij aan de Broeksloot eigendom van een zekere 'Seigneur Hendrik Helt' en naar hem zou het voortaan 'Heldenburch' heten. Zoals de meeste buitenplaatsen heeft ook dit buiten een aantal min of meer bekende bewoners gehad. In dit geval burgemeesters, zoals Dominicus Palairet die van 1811 tot 1827 burgemeester was van Voorburg en Otto, baron van Wassenaer van Catwyck, die van 1856 tot 1859 burgemeester van Voorburg was. Omstreeks 1930 werd dit buiten met alles wat er bij hoorde gesloopt.
Oost (1921)
Hendrik Wladimir Albrecht Ernst, hertog van Mecklenburg-Schwerin, (1876 - 1934), sinds zijn huwelijk op 7 februari 1901, met Wilhelmina Helena Pauline Maria, Koningin der Nederlanden, tevens prins der Nederlanden. Uit dit huwelijk werd in 1909 een dochter prinses Juliana geboren. Prins Hendrik stierf te 's-Gravenhage op 3 juli 1934. Op zijn uitdrukkelijk verzoek werd bij zijn begrafenis als rouwkleur geen zwart gekozen, doch wit.
't Loo (1956)
Hendrik van Boeijen (1889 - 1947), nam in 1919 zitting in de Voorburgse gemeenteraad en werd kort daarna tot 1926 wethouder. Werd lid van de Staten van Zuid-Holland en gedeputeerde. Vanaf 1937 en in de oorlogsjaren was Van Boeijen minister van Binnenlandse Zaken in ballingschap. (Londen)
't Loo (1969)
Jhr. Henry Haga was drossaard (= gerechtsambtenaar) van Leerdam en ordinaris edelman van Amalia van Solms, de weduwe van stadhouder Frederik Hendrik, toen hij in 1664 het prachtige en verfraaide buitengoed 'De Loo' kocht. De omschrijving daarvan luidde toen: 'grote, nieuwe behuizing, oranjeplaatsen, stallingen, koetshuizen, tuinen, boomgaarden en waranden, alsmede enige partijen 'chijnsen, importeerende omtrent 24 ponden jaerlijxs'. Voorts een omheinde wildbaan, lanen, singels, alsmede 17 morgen 60 roeden land.
Centrum (1885)
Een heerstraat of een heerweg is niets anders dan de gewone middeleeuwse aanduiding voor wat we nu een provinciale of rijksweg zouden noemen, dus een interlokale verbindingsweg. In het graafschap Holland liep een dergelijke heerweg of 'via regia' vanuit het Westland over een oude strandwal langs de geestdorpen Voorburg en Voorschoten tot aan Egmond. In het 'Memoriboec van Voirburch' is reeds in 1387 een aantekening te vinden van "t's graven heerstraet" en in 1466 wordt melding gemaakt van "des heren heerwech". Overigens bestond er tussen de begrippen 'straat' en 'weg' geen wezenlijk verschil.
Noord-nieuw (1951)
Herman Gorter behoorde evenals Boutens tot de Tachtigers. Hij leefde van 1864 tot 1927. De bekende reclamekreet 'Een nieuwe lente, een nieuw geluid' is afkomstig uit een van zijn lyrisch-epische gedichten 'Mei' uit 1889. In 'Mei' manifesteert Gorter zich als een bij uitstek impressionistische beschrijver van Hollands' schoonheid in de lente. Hij zocht inspiratie bij de wijsbegeerte van Spinoza. (Vertaling van diens 'Ethica' in 1895) Maakte in 1897 een merkwaardige ommezwaai naar het socialisme en weer later naar het communisme. Zijn grote gedicht 'Pan', dat zo'n 12.000 versregels omvatte, moest de communistische tegenhanger van 'Mei' worden, dat hij 27 jaar eerder schreef.
Noord-nieuw (1951)
Herman Heijermans (1864-1924) was de schrijver van het sociaal realisme. Op alle wonde plekken in de toenmalige maatschappij wist Heijermans de vinger te leggen. Zo schreef hij in 1911 'Glnck auf' over de mijnwerkersdrama's. Schreef vooral toneelstukken over starre dogmatiek in 1899: 'Ghetto' en in 1900: 'Het zevende Gebod', over de rechteloosheid van de vissers in 'Op hoop van zegen' (1900), misstanden in het leger: 'Het pantser' (1901), de verpaupering van de landarbeiders: 'Ora et labora' (1901) en andere. Hij schreef ook enige felrealistische romans, waarvan 'Droomkoninkje' uit 1924 wel het meest populair is geworden. Onder het pseudoniem Samuel Falkland schreef hij honderden korte, vaak humoristische verhalen: de zogenaamde 'Falklandjes'.
Noord-oud (1923)
Jhr. Henrick van Heurne was burggraaf van Bergue Saint Winox en baron van Gaesbeke. Deze Jonkheer verkreeg in 1527 de bij Voorburg gelegen 'overtocht'. Waar nu de bekende sluisjes zijn in de Vliet in Leidschendam, was in vroeger tijd een dam waar de schepen met een katrol overheen werden getrokken en waarvoor een recht betaald moest worden. Jonkheer Henrick van Heurne werd in het jaar 1539 in de Oude Kerk van Voorburg begraven. Bij de restauratie van de kerk in 1968 kwam een vrijwel ongeschonden grafsteen vanaf een diepte van zo'n anderhalve meter te voorschijn, waarop het wapen van de familie Van Heurne stond afgebeeld, bestaande uit drie posthoorns. Op het hoge koor aan de noordzijde is deze steen terug te vinden
Oost (1924)
Het buiten 'Hoeckvliet', in z'n oudste vorm daterend uit 1654, stond aan het eind van de Kerkstraat aan de Vliet. Het buitentje heeft vooral bekendheid gekregen door de nabij gelegen fabriek van reukwater en welriekende zepen dat onder de naam van P.J.A. Savalle hier was gevestigd. Het 'Eau de Voorburg Royale' was echt beroemd dankzij de in dienst zijnde Franse parfumeurs en drong zelfs door tot het hof van de koningen Willem II en III en hun gemalinnen. Het herenhuis en het fabriekje werden in 1902 aan de gemeente verkocht, die het herenhuis liet afbreken en de fabriek inrichtte voor werkzaamheden van Openbare Werken. (De zogenoemde 'werf') Op deze plaats werd later de Vlietstraat doorgetrokken, die overigens in onze tijd weer werd omgedoopt tot Raadhuisstraat. Thans is het fabriekje geheel gerestaureerd en vindt men in een gevelsteen nog het jaartal 1843, het jaar waarin de eerste parfumeriefabriek van start ging onder de voorgangers van Savalle.
Sijtwende (2000)
Het aandeel der kosten in het dijkonderhoud van de verschillende in de polder of aan de dijk gelegen hoeven. De dijk was daartoe verdeeld in zoveel delen als het hoeven of boerderijen aan lagen.
West (1928)
Onder de naam 'Hooghenburch' wordt in 1632 melding gemaakt van een buitenplaats, dat in de plaats van een aldaar afgebroken pand werd opgericht. In 1684 koopt de lakenkoopman Johannes Mol de buitenplaats, die het omdoopt tot 'Hoekenburg' In 1809 liet Andries Thorbecke, een oom van de bekende staatsman Thorbecke, het oude huis afbreken en luisterrijker dan tevoren weer opbouwen. Uit die tijd dateren de thans nog aanwezige barokschilderingen en het schitterende trappenhuis. In 1828 komt het in handen van de bekende staatsraad Jhr. H.J. Caan, die het buiten samenvoegt met 'Arentsburgh'. Door diverse grondaankopen wordt het landgoed steeds uitgebreider. Door een geldlening van Jhr. Caan kon de gemeente Voorburg in hetzelfde jaar 1828 de heerlijke rechten over Voorburg van Delft kopen en als zelfstandige gemeente verder opereren. Ten slotte komen de buitenplaatsen in 1925 in handen van de gemeente Voorburg, die ze weer verkoopt aan de Vereniging 'Effatha' die er het bekende Instituut voor Dove Kinderen vestigde. Sinds augustus 2000 is dit instituut verhuisd naar Zoetermeer en worden er in de leegkomende gebouwen wooneenheden gevestigd.
Noord-oud (1933)
Mr. Adriaan Jan Hoekwater (Delft 1827-Hilversum 1889) was van 7 november 1859 tot augustus 1865 burgemeester van Voorburg. Bij zijn installatie wordt als bijzonderheid vermeld dat het voltallige secretariepersoneel aanwezig was: zijnde drie personen. Hij hield zich intensief bezig met de zaken van de armen en op het gemeentehuis regelde hij het gemeentearchief. Hij werd in augustus 1865 burgemeester van Hillegom.
West (1896)
De Hoekweg, inderdaad gelegen in de uiterste westhoek van Voorburg, was voorheen een jaagpad, niet toegankelijk voor enig rijtuig en was bij de Geestbrug afgesloten met een hefboom. Toen er rond 1896 huizen gebouwd werden, besloot het gemeentebestuur, mede op verzoek van één der bewoners, de weg voor verkeer open te stellen en het de naam Hoekweg te geven.
West (1927)
Het thans als museum in gebruik zijnde buitenverblijf 'Hofwijck' liet Constantijn Huijgens bouwen op grond die hij in 1639 kocht. Het werd mede ontworpen door Jacob van Campen en waarschijnlijk uitgevoerd door Pieter Post. Huijgens noemde het buiten, dat hij gebruikte om het hof te ontwijken, 'een fles gelijk die in een koelvat staat'. Rondom het zeer bescheiden, doch voor die tijd doelmatig uitgevoerde 'kasteeltje' lagen de streng symmetrisch aangelegde tuinen vanaf de Vliet tot de huidige Prinses Mariannelaan. Van deze lusthoven is -mede door de aanleg van de spoorlijn nog slechts een gering gedeelte overgebleven. Toen men in de twintiger jaren ten westen van het Huygensmuseum een woonwijkje bouwde, werd de straat naar 'Hofwijck' vernoemd.
West (1928)
'De Hooge Weide' wordt in één adem genoemd met het 'Burchpad' dat in het westen van Voorburg van de Geestbrug over de 'Hoogen Burch' dwars door het bos van 'Arentsburgh' naar de Oude Tol liep. Op dit terrein werden reeds in de 18e eeuw verschillende Romeinse overblijfselen gevonden. Na 1826 stelde de Leidse professor Reuvens al pogingen in het werk om meer klaarheid te brengen in de structuur van wat eens het Forum Hadriani geweest moest zijn. Vanaf 1908 werd het onderzoek voortgezet door -de eveneens Leidse professor Holwerda. De opgegraven voorwerpen worden in Leiden bewaard in het Rijksmuseum van Oudheden.
't Loo (1960)
Naar de Leidse archeoloog professor dr. J.H. Holwerda, die van 1908 tot 1915 opgravingen verrichtte op het terrein van 'Arentsburgh' en 'Hoekenburg' en daar belangwekkende vondsten deed. In diverse publicaties doet hij verslag van zijn archeologische onderzoekingen.
West (1930)
'Hoonvliet' was een van de vele buitens in Voorburg, dat echter geen lang leven was beschoren. Het stond ter hoogte van de -inmiddels ook gesloopte watertoren aan het Westeinde te Voorburg en viel reeds in 1754 onder de slopershamer.
Sijtwende (2000)
Een uit het veen opduikende zandrug, veelal begroeid met struikgewas en bossages. Wordt ook wel aangeduid als 'donk', maar dan doorgaans bewoond. In onze omgeving komen we de naam 'horst' vele malen tegen, onder meer in het koninklijke domein De Horsten in Wassenaar.
Noord-oud (1926)
De naam Van Horvette wordt gevonden onder de vele eigenaren en rechthebbenden van de riddermatige hofstede 'De Werve'. Op 24 mei 1689 wordt de eigendom van de ridderhofstede 'De Werve' door François van Halewijn, heer van Watervliet, Werve en Heest overgedaan aan zijn zoon, François van Halewijn de Jonge, heer van Horvette en maarschalk van 't Over Quartier 's lands van Utrecht. In tegenstelling tot wat meestal het geval is, geschiedde deze eigendomsovergang bij wijze van 'donatie inter vivos'. Vader François liet dus bij leven de eigendom overgaan naar zijn zoon.
Sijtwende (2000)
Een officiële stedenband met het Tsjechische Hranice kwam in mei 1990 van start. Na de Fluwelen Revolutie in 1989 kregen de steden in het toen nog Tsjecho-Slowakije hetende voormalige Oostblokland de kansen om op een meer democratische manier over hun eigen grenzen te gaan kijken en banden aan te gaan knopen met het vrije Westen. De stedenband met Hranice heeft al vele goede vriendschapsbanden tot gevolg gehad. Maar dat niet alleen. Er zijn al vele uitwisselingen en projecten geweest op het gebied van sport, onderwijs, kunst en cultuur, kerken, gezondheidszorg, bibliotheek, groenvoorziening en milieu en meer recent over arbeidspolitiek, werkloosheid en werkgelegenheidsprojecten. Sinds 1998 zijn de contacten met deze zustergemeente geprivatiseerd en ondergebracht bij een stichting stedenband. Kortom: er is sprake van concrete steun van mensen werkzaam op hetzelfde niveau in een van de toekomstige lidstaten van Europa. Landschappelijk gezien bestaan er grote verschillen tussen Tsjechië en onze Lage Landen. Dat heeft mede een groot verschil aan cultuur teweeggebracht. Wat we gemeenschappelijk hebben is het feit dat beide landen een Tweede Wereldoorlog achter de rug hebben en een bezetting. Toen Nederland in 1945 bevrijd werd van de Duitse bezetting en het Nationaal Socialisme konden wij in vrijheid en democratie ons land weer opbouwen. Tot de Fluwelen Revolutie van 1989 heeft het moeten duren alvorens ook Tsjecho-Slowakije op meer d